Poëzie

Vers van het Mes XXVII
De bekende Poëziereeks Vers van het Mes, in 2003 opgestart door Perdu, wordt vanaf de vijfentwintigste editie een internationale reeks met afleveringen in Amsterdam (Perdu) en Gent (Poëziecentrum). In samenwerking met deBuren en met steun van de Taalunie gaan deze partners in poetry op zoek naar de dichterlijke talenten van de toekomst. Perdu in Amsterdam bijt de spits af op vrijdag 27 september met Leen Verheyen (BE), Nickie Theunissen (NL) en Jeroen Theunissen (BE). Op vrijdag 18 oktober vindt Vers van het Mes voor het eerst plaats in Poëziecentrum in Gent met Frank Keizer (NL), Jeroen Theunissen (BE) en Nickie Theunissen (NL).
Hiernaast staat een klein stukje uit die voordracht.

Een paar gedichten
Vroeger
Hoogtevrees
Nachtkonvooi
De oven heet Electra

Mijn docenten
Eind juni 2013 studeerde ik af aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Mijn poëziedocenten waren Peggy Verzett, Wilbert Corneliisen, Arie van den Berg, Erik Menkveld, René Huigen en Hester Knibbe. Mijn examencommissie bestond uit Hester Knibbe, K. Michel en Esther Naomi Perquin. Het project waarop ik afstudeerde droeg de werktitel Lassoleegte.

[…]
Als ik lees merk ik dat het soms lukt om tussen de regels van een tekst door te vallen. Het resultaat is een verbreding waarin ik mijn omgeving zie samen met het perspectief waarin ik deze zie. Alsof ik door een gekleurd snoeppapiertje kijk en dat nu pas opmerk. Op die momenten merk ik hoe taal richting geeft, alles indeelt en omgeeft. Heel even zie ik hoe voortdurend wereld ontstaat, dat werkelijkheid niet iets is wat af is, maar door ons in stand wordt gehouden, een voortdurend ordenen van chaos. Het scheppen is nooit klaar, het houdt niet op en de lijnen waarlangs dit gebeurt verschuiven. Die verschuivingen kun je als een archeoloog teruglezen in de lagen van de taal.
Een gedicht loopt parallel aan dat hele proces van ontstaan en vergaan en vangt dit in een mini woordenwereldje. Hoe?In een persoonlijk beeld dat zich van zijn particulariteit bevrijdt door de taal. Zingende, springende, mooie, stille, schrille en spannende taal. Maar ook door de andere beelden die het oproept en waarmee het een nieuwe constellatie vormt. Daar hoeft vervolgens geen algemene waarheid over liefde of dood uit komen. Nee, misschien alleen maar iets ongemakkelijks.
[…]
Als je dicht bij de tekst blijft, bewaar je ook afstand, hou je het nog buiten jezelf. Daardoor kun je de dubbele betekenissen, de vele mogelijkheden naast elkaar zien, in plaats van ze direct op te nemen in een begrip, een toe-eigening, een fixatie van betekenis.
Door letterlijk te lezen hou je het gedicht nog even onbeslist, ambigue. Zo vergroot je de afstand tussen jou en de taal.
Er ontstaat een tussenruimte. Heel even maar, want het toe-eigenen, het willen begrijpen stopt nooit.
Ik vind het interessant om die ontembare begripsdwang uit te dagen, die tussenruimte op te zoeken. Het is niet erg om niet alles te snappen.